De energiecijfers van Nederland

Energie in Nederland in 2022. Hoe zit het Nederlandse energiesysteem in elkaar? Wat zijn de feiten en cijfers van energieproductie- en verbruik, hoe staat het met de ontwikkeling van hernieuwbare bronnen en de realisatie van de klimaatdoelen? Lees hier de laatste stand van zaken.

Het Nederlandse energiesysteem

Ons energiesysteem in een notendop. Welke energiebronnen voeden het systeem (primair verbruik) en welke energiedragers zijn uiteindelijk direct beschikbaar voor de eindverbruikers, zoals consumenten en de industrie (eindverbruik)?

In het totaal van het primair verbruik zie je dat aardgas en aardolie nog steeds onze belangrijkste energiebronnen zijn. Hernieuwbare energie heeft nog slechts een relatief klein aandeel.

Een deel van de energiebronnen (808 PJ) is direct beschikbaar voor de eindverbruiker, zoals de elektriciteit die door zon en wind wordt opgewekt. Maar ook het aardgas waarmee we onze gebouwen verwarmen.

Een ander, groter deel (1477 PJ) is pas na omzetting beschikbaar. Daarbij gaat het om omzetting via een elektriciteitscentrale of een WKK (warmtekrachtkoppeling) naar stroom en warmte óf om andere omzettingen, zoals die in een raffinaderij waar onder andere transportbrandstoffen worden gemaakt.

Een deel (23%) van het eindverbruik noemen we niet-energetisch. Dit omvat producten, zoals plastics of tussenproducten en grondstoffen voor de industrie (denk aan ammoniak waarvan kunstmest wordt gemaakt).

Onderweg, van primair verbruik naar eindverbruik gaat ook een deel van de energie (660 PJ) verloren; door de omzetting zelf, het eigen gebruik van de energiesector of bij distributie van de energie.

Overzicht van het Nederlandse energiesysteem met daarin het primair verbruik, de omzettingen, de verliezen en het eindverbruik.
Bron: CBS, 2020 Noot

Hoeveel en welke energie produceert, importeert en exporteert Nederland?

We importeren meer energie dan we produceren. Het merendeel van onze productie bestaat uit aardgas, gevolgd door hernieuwbare energie, zoals zon, wind en biomassa.

Onze netto import bestaat voor een groot deel uit aardolie, aardgas en (nog steeds een beetje) steenkool.

In 2020 was de netto export van elektriciteit 5 petajoule in andere jaren importeerden we op jaarbasis juist een klein deel van ons stroomverbruik. Dit wisselt van jaar tot jaar al naar gelang de marktomstandigheden in de ons omringende landen.

De productie, import en export van energie.
Bron: CBS, 2020

Hoe is het eindverbruik verdeeld over toepassingen en sectoren?

We gebruiken energie als brandstof om warmte te maken, om onszelf te verplaatsen en apparaten te laten werken, maar ook als grondstof om bijvoorbeeld plastics of kunstmest te maken.

Als we kijken naar de sectoren, zien we dat de industrie en de gebouwde omgeving (woningen en gebouwen) de grootste energiegebruikers zijn.

Het eindverbruik verdeeld over toepassingen en sectoren.
Bron: CBS, 2020

Binnenlandse energieproductie: hoe zelfvoorzienend is Nederland?

Tot 2018 produceerden we in Nederland het aardgas dat we nodig hebben zelf en waren we netto exporteur. In dat jaar kwam door het terugdraaien van de gaswinning uit het Groningen aardgasveld de omslag: we werden netto importeur van gas. We zijn we in korte tijd een stuk afhankelijker geworden van het buitenland.

Voor de tweede grote bron van fossiele energie, aardolie, gold altijd al dat we sterk van import afhankelijk zijn. In de komende decennia willen we zo snel mogelijk de fossiele bronnen gaan vervangen door duurzame bronnen.

Maar zelfs in een zeer ambitieus scenario voor de ontwikkeling van hernieuwbare binnenlandse bronnen (met onder andere 72 GW wind op zee in 2050), duurt het even voor we net zoveel energie produceren als we vroeger met aardgas deden. We zullen dus de komende 20 jaar veel energie moeten importeren. In welke vorm dan ook.

De energieproductie van Nederland van de afgelopen tien jaar en een prognose naar 2050 op basis van voorgenomen beleid vanaf 2020.
Bron: EBN, 2021

Hoeveel aardgas verbruiken we per sector?

Aardgas vormt met een aandeel van 44% onze belangrijkste bron van energie. Kijken we naar het gasverbruik per sector, dan zien we dat het grootste deel gebruikt wordt voor de productie van elektriciteit.

Het aardgasverbruik per sector.
Bron: CBS, 2020

Hoeveel aardgas verbruikt Nederland en welk deel daarvan winnen we zelf?

Het aardgasverbruik van Nederland is de afgelopen 10 jaar maar heel langzaam iets afgenomen. Echter, met het terugdraaien van de winning in Groningen is de winning wel heel sterk afgenomen.

Daardoor zijn we in korte tijd netto importeur en daarmee sterk afhankelijk van het buitenland geworden.

De ontwikkeling van het aardgasverbruik en de aardgaswinning in Nederland.
Bron: CBS, 2020

Welke hernieuwbare bronnen maken deel uit van het primair energieverbruik?

Niet-houtige en houtige biomassa maken veruit het grootste deel uit van de hernieuwbare bronnen in het primair energieverbruik. Daarna volgen energie uit wind en zon.

Omdat een groot deel van de biomassa eerst moet worden omgezet voordat deze geschikt is voor eindverbruik, gaat een relatief groot deel van de 300 petajoule verloren. Zie ook de figuur Het Nederlandse Energiesysteem. Ter illustratie: 1 petajoule wind levert 1 petajoule elektriciteit. 1 petajoule houtpellets levert ongeveer 0,5 petajoule elektriciteit en warmte, als gevolg van meestoken in een kolencentrale.

De verdeling van hernieuwbare bronnen in het primair verbruik.
Bron: CBS, 2020

Hoe heeft het primair verbruik van hernieuwbare energie zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

Hernieuwbare energie heeft een relatief klein aandeel in het totale primaire verbruik. Toch is het aandeel van hernieuwbare energie in het primair verbruik de afgelopen vijf jaar verdubbeld, onder meer dankzij de groei van biomassa (houtig en niet-houtig) én windenergie.

Door het bouwen van veel nieuwe windparken, vooral op zee, zal het aandeel windenergie de komende jaren verder groeien.

Ontwikkeling van het primair verbruik van hernieuwbare energie.
Bron: CBS, 2020

Hoe fluctueren het gas- en elektriciteitsverbruik en de opwek van zon en wind gedurende het jaar?

Het gasverbruik is ’s winters gemiddeld tot wel drie keer hoger dan ’s zomers. Op koude winterdagen kan het zelfs wel een factor vijf hoger zijn. Het elektriciteitsverbruik is daarentegen door het jaar heen vrij constant.

Als we inzoomen op de opwek van stroom door wind en zon, zien we naast het sterke seizoenseffect voor zonne-energie, de grillige variaties in de opwek door het weer van dag tot dag.

Naarmate het aandeel van zon en wind in onze energievoorziening verder stijgt, wordt de uitdaging om met deze variabele opwek om te gaan, steeds groter.

Gas- en elektriciteitsverbruik en opwek van zon- en windenergie door het jaar heen.
Bron: EnTranCe, 2020

Welke bronnen worden gebruikt voor elektriciteitsproductie?

Voor de productie van elektriciteit maken we nog steeds vooral gebruik van aardgas. In de laatste jaren is dat gebruik zelfs gestegen doordat steenkool is vervangen door aardgas.

Het gebruik van hernieuwbare bronnen als wind en zon, groeit wel. Ook zien we fluctuatie door het jaar heen, in de zomer wordt minder elektriciteit opgewekt dan in de winter. Het aandeel zon is in de zomer groter dan in de winter.

Aandeel energiebronnen voor elektriciteitsproductie in Nederland.
Bron: CBS, 2015-2020

Welk aandeel hebben de verschillende sectoren in de uitstoot?

Als we de uitstoot van broeikasgassen opsplitsen naar sector, zijn de industriesector en de elektriciteitssector het grootst. De landbouwsector is ook goed voor een aanzienlijk deel van de uitstoot.

Het grootste deel hiervan komt niet door energiegebruik, maar door uitstoot van broeikasgassen zoals methaan uit de veeteelt.

Aandeel van sectoren (volgens de sectorindeling uit het Klimaatakkoord) in de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2020.
Bron: CBS, 2020

Hoe ontwikkelt de uitstoot van broeikasgassen zich ten opzichte van de nationale doelen?

Door het gebruik van energie stoten we broeikasgassen uit. In deze grafiek tonen we CO2 en de som van de andere broeikasgassen.

In het Klimaatakkoord hebben we afspraken gemaakt over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het doel voor 2030 in de Klimaatwet wordt aangescherpt naar tenminste 55% CO2-equivalent reductie en met de beleidsmaatregelen in de praktijk streven we zelfs naar 60%. Het lange termijndoel is om onze uitstoot met 100% te hebben verminderd in 2050. Er is dus nog een lange weg te gaan.

Jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in Nederland, de labels geven percentage van de uitstoot in 1990 aan gebaseerd op de doelen voor het verminderen van uitstoot uit het coalitieakkoord.
Bron: CBS, 2020 en coalitieakkoord, 2021

Noot: In deze figuur is het aandeel hernieuwbare energie in het primaire verbruik weergegeven. Voor de jaarlijkse berekening van het aandeel hernieuwbare energie, een belangrijke doelstelling, hanteert het CBS een rekenwijze die in overstemming is met Europese afspraken. Er wordt daarbij uitgegaan van het bruto energetisch eindverbruik. Dit is het verbruik van energie door eindverbruikssectoren (industrie, huishoudens, diensten, landbouw en vervoer) voor energetische toepassingen. Dit is dus exclusief het gebruik voor niet-energetische toepassingen zoals aardolie voor plastics en exclusief verliezen bij omzettingen. Deze berekening volgt de rekenregels uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie. Zie voor meer informatie: CBS: Totale finale eindverbruik van energie.

Ontdek meer

We willen jaarlijks de CO2-reductie versnellen. Benieuwd aan welke knoppen we onder meer kunnen draaien?

Bekijk de knoppen